The Back Lot brengt Surinaamse stemmen samen met de kwartiermakers van het Nationaal Slavernijmuseum in Nederland
Een museum over het slavernijverleden bouwen in Nederland. Maar hoe zorg je ervoor dat ook de verhalen, kennis en perspectieven uit Suriname daarin een plaats krijgen? Wie moet je daarvoor spreken? En misschien nog belangrijker: wie wordt er nog onvoldoende gehoord?
Met deze vragen kwamen de kwartiermakers van het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam naar Suriname. Niet één, maar twee keer. In januari 2023 en september 2024.
The Back Lot kreeg de opdracht om beide werkbezoeken te organiseren en de kwartiermakers in contact te brengen met mensen en organisaties die vanuit hun kennis, ervaringen en betrokkenheid een waardevolle bijdrage konden leveren aan de ontwikkeling van het museum.
De juiste mensen aan tafel
Een museum over het slavernijverleden gaat over veel meer dan historische voorwerpen en documenten. Het gaat ook over mensen, herinneringen, identiteit en de manier waarop geschiedenis van generatie op generatie wordt doorgegeven.
Daarom was het belangrijk dat de kwartiermakers niet alleen officiële vertegenwoordigers ontmoetten, maar ook in gesprek gingen met historici, erfgoeddeskundigen, culturele en maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen uit de Surinaamse samenleving.
The Back Lot stelde voor beide bezoeken een programma samen, organiseerde de ontmoetingen en regelde bezoeken aan historische locaties, waaronder Fort Zeelandia en het Openluchtmuseum Fort Nieuw-Amsterdam.
Zo kregen de kwartiermakers de gelegenheid om verschillende perspectieven te horen en contacten te leggen die ook na hun vertrek van betekenis konden blijven.
Niet alleen presenteren, maar ook luisteren
Tijdens beide bezoeken organiseerde The Back Lot een bijeenkomst waarbij de plannen voor het museum werden gedeeld met een breder Surinaams publiek.
De tweede bijeenkomst vond plaats in de Royal Ballroom van Hotel Torarica. Hier presenteerden de kwartiermakers hun plannen en kregen de aanwezigen de gelegenheid om vragen te stellen, ideeën aan te dragen en hun mening te geven.
Hennah Draaibaar, directeur van The Back Lot, leidde het nagesprek.
Daarbij ging het niet alleen over wat het museum in Amsterdam zou moeten laten zien, maar vooral ook over de betrokkenheid van Suriname bij het vertellen van deze geschiedenis.
Welke verhalen verdienen een plek? Hoe voorkom je dat het verleden vanuit slechts één perspectief wordt belicht? En hoe kunnen Surinaamse deskundigen en organisaties betrokken blijven bij de verdere ontwikkeling van het museum?
Ook de wens om in Suriname zelf een nationaal slavernijmuseum te realiseren kwam aan de orde.
Het waren belangrijke vragen die duidelijk maakten dat het vertellen van een gedeelde geschiedenis vraagt om meer dan het verzamelen van historische feiten.
Verbinden om verhalen verder te brengen
Voor The Back Lot lag de waarde van deze opdracht niet alleen in het organiseren van twee succesvolle werkbezoeken.
De belangrijkste bijdrage was het leggen van verbindingen. Tussen mensen die elkaar anders misschien niet zouden ontmoeten. Tussen organisaties met verschillende deskundigheden. En tussen de plannen voor een museum in Nederland en de samenleving waarvan de geschiedenis een wezenlijk onderdeel van dat museum vormt.
Dat sluit aan bij het werk dat The Back Lot al bijna 25 jaar doet. Via film, televisie, educatie en culturele projecten zetten we ons in om verhalen zichtbaar te maken en mensen de ruimte te geven hun eigen perspectief te delen.
Het hele verhaal begint bij de mensen
De werkbezoeken van de kwartiermakers Peggy Brandon, John Leerdam en David Brandwagt, met tijdens het tweede bezoek ook de Amsterdamse wethouder Touria Meliani, vormden belangrijke momenten van ontmoeting en uitwisseling.
Maar de betekenis van die bezoeken reikt verder dan de gesprekken die in Suriname zijn gevoerd.
De contacten die werden gelegd, de kennis die werd gedeeld en de vragen die werden gesteld, kunnen bijdragen aan een museum waarin ook de Surinaamse samenleving zichzelf en haar geschiedenis herkent.
Want wie het hele verhaal wil vertellen, moet beginnen met luisteren naar de mensen van wie dat verhaal is.